Zie je een ambulance met zwaailicht en sirene rijden? Dan is er meestal sprake van een zogeheten A1-urgentie, soms zelfs van A0. De patiënt heeft dan zeer dringend hulp nodig. Elke seconde telt!
De wet schrijft voor dat we binnen een kwartier na de melding ter plaatse zijn. Onze dienst haalt die termijn in bijna 95 procent van de gevallen. Landelijk is dat een goede score, maar we werken continu aan verbetering.
Een A2-urgentie is ook dringend, maar iets minder. We rijden dan meestal zonder voorrangssignalen, maar wel met gepaste spoed om binnen een half uur aanwezig te zijn.
Voor A-ritten hebben wij negentien spoedambulances in ons wagenpark, inclusief één Rapid Responder. Dat is een ambulance die wel alle hulp kan bieden, maar geen patiënten kan vervoeren.
Een B-vervoer is een bestelde, dus vooraf geplande rit. B-ritten zijn voor patiënten die onderweg verpleegkundige ondersteuning nodig hebben maar wel stabiel zijn,
Zij worden bijvoorbeeld na ontslag uit het ziekenhuis naar een verpleeghuis of hospice gebracht, overgeplaatst naar een ander ziekenhuis, of naar een onderzoek, operatie of bestraling gebracht.
Voor deze ritten hebben wij drie speciale Middencomplexe ambulances. Deze hebben een minder uitgebreide uitrusting. Ze rijden overdag en ’s avonds op werkdagen en overdag op zaterdag. Spoedambulances voeren tussen de spoedritten door ook regelmatig B-ritten uit.
Onze regio kent een aantal grote evenementen, zoals Big Rivers, Dordt in Stoom, Koningsdag, Zomerfeest Gorinchem, sportieve evenementen en paardenmarkten. Dan komt ons Biketeam in actie!
Een verpleegkundige en een chauffeur stappen op een speciale ambulancefiets met volledige uitrusting. Zij kunnen bij grote drukte de patiënt snel bereiken in een mensenmassa.
De ‘bikers’ worden aangestuurd door de meldkamer. Zij bieden dezelfde zorg als een gewone ambulance, alleen kunnen ze de patiënt niet zelf meenemen. Maar de hulp komt wel heel snel op gang. We hebben acht fietsen en veertien bikers binnen onze dienst.
Wij zijn verantwoordelijk voor het beheer en de inzet van het GGB-voertuig (Grootschalige Geneeskundige Bijstand) in onze regio.
Deze bijzondere ambulance is speciaal ingericht voor grote rampen met zó veel gewonden, dat zij niet allemaal direct naar een ziekenhuis kunnen worden vervoerd.
Het GGB-voertuig haalt geen patiënten op, maar brengt ambulanceverpleegkundigen en -chauffeurs met een zogenoemd ‘gewondennest’ (een hulpverleningstent) naar de rampplek. Zij bouwen de tent op en verlenen daarin samen met de andere hulpdiensten acute zorg aan patiënten, totdat vervoer naar het ziekenhuis beschikbaar is.
Bel je het alarmnummer 112 voor een ambulance, dan krijg je de meldkamer ambulancezorg aan de lijn. De verpleegkundig centralist staat je te woord aan de hand van een vragenlijst* die op het scherm wordt doorlopen.
De vragen zijn gebaseerd op jarenlange, wereldwijde ervaring. Ze garanderen de veiligste uitkomst van elke noodoproep. Van belang is dat je de vragen zo precies mogelijk beantwoordt, in de volgorde waarin ze worden gesteld. Dat is mede bepalend voor de snelheid waarmee de juiste hulp op gang komt.
In sommige situaties geeft de centralist instructies over wat je zelf al kunt doen om de patiënt te helpen. Hij/zij zal u ook vragen om ervoor te zorgen dat iemand de ambulance buiten opvangt en dat huisdieren worden weggehouden.
* Het uitvraagprotocol heet AMPDS, het bijbehorende computerprogramma is ProQA.
Net als de politie, ziekenhuizen en huisartsen, is ook een ambulancedienst verplicht om oog te hebben voor (kinder-)mishandeling en huiselijk geweld.
Onze hulpverleners komen bij patiënten op kwetsbare momenten. Wij krijgen soms zorgwekkende situaties te zien, waarin bijvoorbeeld sprake kan zijn van verwaarlozing, mishandeling of misbruik. Onze collega’s zijn getraind om de signalen daarvan te herkennen.
Wanneer zij zich zorgen maken over het welzijn of de veiligheid van een persoon of gezin, kunnen zij na de hulpverlening volgens een vaste procedure (‘meldcode’) een zorgmelding doen bij Veilig Thuis. Deze instantie beoordeelt of er verder onderzoek en/of aanvullende hulp op gang moet komen.
Hiermee geven wij invulling aan de bijzondere verantwoordelijkheid die wij dragen omdat wij in het privédomein komen.
Zo voelen we ons één team dat samen zorgt voor de patiënten.
Deze gebruiken we voor inzetten in het waterrijke gebied bij Kinderdijk.
De centralist bepaalt per situatie wat de best passende veilige zorg is.