Urgenties logischer, kwartier verleden tijd

Een kwartier. Zolang hebben wij de tijd om met een ambulance bij de patiënt aan te komen, nadat de meldkamer heeft beslist dat het om een spoedrit (een zogeheten A1-urgentie) gaat. Al sinds de jaren 70 worden ambulancediensten beoordeeld en afgerekend op dat kwartier.

Terwijl deze norm – cru gezegd – uit de lucht gegrepen is. Er zit geen medische onderbouwing achter. Bij een hartstilstand is het veel te lang. En bij bijvoorbeeld aanhoudende buikpijn of een sportongeval mag de hulp vaak best rustiger op gang komen. “Er bestaat geen medische toestand waarvoor 15 minuten een logische aanrijdtijd is”, zegt onze directeur Hans Janssen. “Het was ooit een min of meer willekeurig gekozen norm waarmee de spreiding van ambulancestandplaatsen werd bepaald. Maar gaandeweg hebben wij onze hele sector daarop ingericht.”

Is dat erg? Ja, zegt Janssen. “Want het betekent dat we minder efficiënt met middelen en capaciteit omgaan dan mogelijk zou zijn. Stel dat je bij bepaalde toestanden van de patiënt de hulp rustiger mag laten beginnen, dan schep je daarmee ruimte en flexibiliteit om ambulances sneller te laten arriveren als écht elke seconde telt. Dan kunnen we patiënten gerichter en uiteindelijk beter helpen. De wens om uit het keurslijf van 15 minuten te komen, koesteren wij al heel lang.” Het lijkt komend jaar echt te gaan gebeuren, in heel Nederland.

De ambulancesector heeft de afgelopen tijd namelijk gewerkt aan een nieuwe urgentie-indeling. Die ligt er nu. Janssen: “Deze indeling omvat zeven urgenties, die gebaseerd zijn op medisch logisch denken. Het aspect tijd is niet meer de enige graadmeter voor de kwaliteit van ambulancezorg.” Uit een studie is al gebleken dat met de nieuwe indeling echt winst kan worden behaald, al kan die wel per regio verschillen. Het moment breekt aan om het in de praktijk te gaan brengen en uitproberen.

Nieuwe urgentie A0 gaat vóór alles
Volgend jaar wordt door alle ambulancediensten zorgvuldig begonnen met het werken met het nieuwe systeem. Twee kenmerken springen eruit. Eén ervan is de zogeheten A0-urgentie.

“Die is nieuw”, legt Janssen uit. “En deze staat voor de grootst mogelijke spoed. Denk aan hartstilstanden, beroertes en grote bloedingen. Momenteel vallen die situaties nog binnen de urgentie A1. Maar er zitten veel andere situaties óók in A1. Dus de meest ernstige gevallen concurreren nu nog om een ambulance met minder ernstige spoedgevallen, want voor allemaal geldt datzelfde kwartier als wettelijke norm.”

Vanaf volgend jaar niet meer: “We gaan onderscheid maken tussen verschillende gradaties van snel. Een A0-rit (grootst mogelijke spoed) krijgt voorrang boven alles. Daarnaast heb je een A1-urgentie (directe inzet) of een A2 (zo spoedig mogelijk). Ik verwacht dat het ons flink zal helpen om makkelijker een ambulance vrij te houden of vrij te maken voor de meest ernstige gevallen. We kunnen bij schaarste zelfs een A1- of A2-rit afbreken om eerst naar een A0 te gaan. Van het gekunstelde kwartier aanrijdtijd zijn we straks af.”

Ook nieuw is dat de 112-centralist vanaf volgend jaar twee minuten extra de tijd krijgt, nadat hij/zij heeft vastgesteld dat het niet om een A0-urgentie gaat. Janssen: “In deze extra tijd kan rustiger bij de melder worden uitgevraagd hoe de situatie van de patiënt is, zodat uit de overige urgenties de best passende gekozen kan worden.”

Als het goed werkt, zal de rijksoverheid besluiten dat het nieuwe systeem permanent van kracht wordt. De wet en de bekostiging worden dan ook aangepast. Janssen: “Ik heb daar zeer hoge verwachtingen van en ben er erg blij mee. Wij zullen met onze ambulancedienst voortvarend te werk gaan om van de nieuwe urgentie-indeling een succes te maken!” Meer informatie en een overzicht van de zeven nieuwe urgenties zijn hier te vinden.